|
De Islamitische Universiteit Rotterdam (IUR) is in 1997 opgericht door Nederlandse moslims met diverse achtergronden; Turkse, Marokkaanse, Egyptische, Palestijnse, Surinaamse en Somalische. Deze verscheidenheid in afkomst, op het gebied van etniciteit, nationaliteit, islamitische leerscholen en culturen weerspiegelt enigszins het pluriforme karakter van de in Nederland aanwezige islam. “Lange tijd leidde deze godsdienst in Nederland een ‘verborgen leven’. Met het ontstaan van islamitische instituties van allerlei aard is daar langzaam maar zeker verandering in gekomen. Uit islamitische kringen klonk vaak de vraag om erkenning van de eigen godsdienst en zijn instituties. De antwoorden van de Nederlandse samenleving zijn zelden eenduidig, de grondwettelijke vrijheid van godsdienst en de daarvan afgeleide wet- en regelgeving ten spijt. Hoe de samenleving precies reageert, welke blokkades zij opwerpt of juist wegneemt voor de opbouw van islamitische instituties en hoe die reacties te verklaren, daarover is betrekkelijk weinig bekend .“
“De aanwezigheid van grote groepen migranten van niet-westerse herkomst heeft een impuls gegeven aan het denken over de plaats van religie in de samenleving, over de spanning tussen pluriformiteit en maatschappelijke samenhang en over de onderlinge verhouding van diverse grondrechten. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) heeft de kenmerken en dynamiek van islamitisch activisme geanalyseerd. Het kabinet baseert zich op een aantal uitgangspunten. Allereerst de overtuiging dat religie - dus ook de islam - een positieve bijdrage kan leveren aan de samenhang in de samenleving. Het kabinet waarschuwt dat een sterke nadruk op religieuze identiteit ook als splijtzwam kan werken. Direct hiermee verbonden is de neutraliteit ten aanzien van religie. De overheid benadert mensen als burgers, en niet als gelovigen. Maar tegelijkertijd werkt zij samen met levensbeschouwelijke organisaties, vooral als dat de uitvoering van overheidsbeleid bevordert. Mensenrechten, democratie en goed bestuur moeten wereldwijd bevorderd te worden, zonder een ‘westerse’ interpretatie op te leggen maar ook zonder iets af te doen aan de universele betekenis ervan. Het kabinet vindt dat er geen sprake kan zijn van naast elkaar bestaande rechtsstelsels in Nederland. Geen eigen rechtssysteem en rechtspraak voor (geloofs)gemeenschappen, zelfs gedeeltelijk acceptatie van de sharia is daarom geen optie. Het Nederlandse rechtssysteem biedt mensen alle ruimte om zich te organiseren en hun leven naar eigen inzicht in te richten; zolang dat niet botst met de waarden van de democratische rechtsstaat of de beginselen van menselijke waardigheid .”
De Islamitische Universiteit Rotterdam stemt in met zowel de teksten in ‘Nederland en zijn islam’ als de opmerkingen van de Nederlandse regering over de aanwezigheid van moslims en islam in Nederland. De IUR zou eraan willen toevoegen: die aanwezigheid is een maatschappelijk en historisch feit, laten we er voor alle partijen het beste van maken.
De bewoording ’Nederlandse moslim’ is geen symbolische aanduiding of een vrijblijvend credo, maar is nu een realiteit van onze samenleving. Hiermee wordt aangeven dat de toekomst van een jonge generatie moslims hier ligt. Het tijdelijke karakter van hun verblijf in Nederland heeft plaats gemaakt voor een permanent verblijf en via institutionalisering en het realiseren van diverse voorzieningen wordt in eigen ogen vorm gegeven aan ‘Islam in Nederland’.
In de hele wereld leven naar schatting 300 miljoen moslims als minderheden in niet-islamitische samenlevingen. En het aantal van de moslims binnen de Nederlandse samenleving is ongeveer 1 miljoen. Veel van deze moslims hebben een migratieachtergrond, en als gevolg hiervan bevinden zij zich in een ongunstige situatie op terreinen als opleiding, arbeid, inkomen en gezondheid. Desondanks manifesteren deze moslims zich steeds minder primair als ‘migrant’, maar steeds nadrukkelijker als moslimburgers van de Nederlandse samenleving, met de rechten en verantwoordelijkheden die daarbij horen. Hoe deze moslims precies reageren op integratie en inburgering in de Nederlandse samenleving, welke blokkades zij opwerpen of juist wegnemen voor de acceptatie van een moslimminderheid met een overeenkomstig waarden en normenpatroon als de meerderheid van de dominante samenleving. en hoe die reacties te verklaren, daarover is betrekkelijk weinig bekend.
In bovenstaande alinea’s openen zich dus in alle transparantie twee onderzoeksterreinen die vragen om wetenschappelijke invulling vanwege de directe maatschappelijke relevantie. Voor het eerst opent zich de mogelijkheid om van moslimzijde – in samenwerking met de Nederlandse onderzoekswereld – actuele maatschappelijke en religieuze problematiek van de eigen moslimgemeenschap op academisch niveau in kaart te brengen. Bij de meerderheid van de autochtone bevolking leeft een grote behoefte aan antwoorden op vragen in zake vele problematische aspecten die kleven aan de aanwezigheid van allochtone moslimminderheden in Nederland. De afgelopen decennia heeft een ander gezicht van de islam maatschappelijke onrust veroorzaakt.
De grote meerderheid van moslims in Nederland is daarbij in een rol van ‘zwijgende meerderheid’ blijven steken. Een van de verklaringen hiervoor zou kunnen luiden dat de educatieve instituties van de in Nederland aanwezige moslims te weinig aan zelfonderzoek en voorlichting hebben gedaan en teveel in traditionele patronen van godsdienstonderwijs van de landen van herkomst zijn blijven steken. Ook daarbij ziet de Islamitische Universiteit Rotterdam een belangrijke taak voor zichzelf; voor nu en in de toekomst. De IUR wil door middel van academisch onderwijs en onderzoek een bijdrage leveren aan de realisatie van een synthese van elementen als: de spanning tussen religie en wetenschap; de rol van religie en levensbeschouwing in de 21e eeuw op het gebied van mensenrechten, burgerschapsethiek, en zaken als economie en ecologie.
|